Oudendijk, een dorp aan de monumentale 126 kilometer lange Westfriese Omringdijk. De oudste dijken in West-Friesland dateren van na het jaar 1000, zij waren niet een absolute voorwaarde voor menselijke bewoning, maar eerder een gevolg hiervan.
Oudendijk ontleent zijn naam aan de Oude Dijck, die later deel uitmaakte van de Westfriese Omringdijk, welke omstreeks het jaar 1250 gesloten werd.

De ouderdom van Oudendijk wordt ook bevestigd door de z.g dalie-gaten in de omgeving. Deze ontstonden omdat de boeren in de 11e en 12e eeuw grote gaten groeven in de dikke veenlaag (waarmee het grootste gedeelte van West Friesland bedekt was) en de onderliggende zavel en klei naar boven haalden om hun land te bemesten. Deze gaten zijn heden ten dage nog zichtbaar, vooral als de sneeuw op de weilanden aan het wegsmelten is en de dalie-gaten als grote donkere gaten in het weiland liggen.

Maar de mens kan nu eenmaal niet ongestraft het natuurlijke evenwicht verstoren, door oxydatie en inklinking kwamen de akkers uiteindelijk zo laag te liggen dat natuurlijke afvloeiing naar de Zuiderzee niet meer mogelijk was. De veenstroompjes en de gegraven sloten konden het overtollige water niet meer verwerken en plaatselijk ontstonden waterplassen waar de wind vrij spel had. Zo ontstonden grote en kleine meren, o.a. het Beemstermeer.

Oudendijk ligt aan de Beemster Uitwatering, gegraven na het droogleggen van de Beemster in het jaar 1612. Het graven van deze ringsloot had letterlijk en figuurlijk heel wat voeten in de aarde, de boeren door wier land de ringsloot gegraven moest worden waren hier uiteraard niet gelukkig mee. Uiteindelijk gaven ze toestemming onder het beding dat zij hun in de Beetskoog gelegen landerijen 'ten eeuwigen dage' per brug konden bereiken. Momenteel telt Oudendijk nog 7 van deze karakteristieke bruggen, die samen met de kerk beeldbepalend voor het dorp zijn.